| De afgelopen jaren zijn er diverse biologicals (therapeutische eiwitten) op de Nederlandse markt verschenen, waaronder de biologicals die effect hebben op TNFα (infliximab, adalimumab, etanercept) en CD20 (rituximab). Met de EMEA- en FDA-richtlijnen, die in 2008 van kracht zijn geworden, staat monitoring van antistofvorming tegen biologicals volop in de schijnwerpers. Sanquin en het Jan van Breemen Instituut doen al geruime tijd onderzoek naar de klinische relevantie van deze antistofvorming. Het is gebleken dat een deel van de behandelde patiënten antistoffen tegen deze biologicals vormt, die de werking van het medicijn te niet doen. Sanquin heeft een testformat ontwikkeld waarmee al enkele jaren op reguliere basis immunogeniciteitstesten gedaan worden voor bijvoorbeeld reumatologen, dermatologen en gastro-enterologen. Door antistofvorming en medicijnspiegels nauwkeurig te volgen in de tijd, is het mogelijk de behandeling per patiënt aan te passen. |  | Over the last few years various biologicals (therapeutic proteins) have been brought on the market, including the monoclonals targeting TNFα (infliximab, adalimumab, etanercept) and CD20 (rituximab). With the 2008 EMEA- and FDA-guidelines now in effect, assessment of antibody responses against biologicals has become a matter of great interest. For many years Sanquin and the Jan van Breemen Institute have been studying the clinical relevance of those antibody responses. It appears that biologicals elicit an antibody response in a substantial number of patients, resulting in the loss of efficacy of treatment. For quite some time, Sanquin has been carrying out immunogenicity tests for rheumatologists, dermatologists and gastroenterologists on a routine basis, using a standard assay format. By closely monitoring drug levels and antibody formation, it has now become possible to adjust treatment to each individual patient. |