Sanquin Home Sanquin Home Sanquin

Het OPZI (Opsporing en Preventie Zwangerschapsimmunisatie)-onderzoek heeft twee sleutelonderdelen van het landelijke preventieprogramma zwangerschapsimmunisatie geëvalueerd:
- de screening op irregulaire erytrocytenantistoffen (IEA) vroeg in de zwangerschap
- de antenatale anti-D-profylaxe aan Rhesus-D-negatieve zwangeren zonder levend kind, in de 30e week van de zwangerschap.

Het OPZI-eindrapport is nu beschikbaar.

De IEA-screening vroeg in de zwangerschap is ingevoerd om zwangerschappen met een risico op het optreden van hemolytische ziekte van de pasgeborene (HZP) te identificeren, opdat tijdige behandeling gegeven kan worden, zo nodig via intra-uteriene bloedtransfusie aan de foetus of door een wisseltransfusie bij de pasgeborene, meteen na de geboorte.
De antenatale anti-D-profylaxe is ingevoerd, in aanvulling op de sedert 1969 bestaande standaard postnatale profylaxe, om het aantal Rhesus-D-immunisaties verder te verminderen, opdat in vervolgzwangerschappen HZP als gevolg van Rhesus-D-IEA minder vaak optreedt.

Beide sleutelonderdelen van het preventieprogramma Pre-en Postnatale Screening (PPS) zijn op 1 juli 1998 ingevoerd. Bij de invoering was door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport al een evaluatie-onderzoek aangekondigd. In September 2001 is de onderzoeksopdracht door het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) aan Sanquin Research, Amsterdam (afdeling Experimentele Immunohematologie) en het Academisch Medisch Centrum, Amsterdam (afdeling Sociale Geneeskunde, Public Health Epidemiology) afgegeven. De beide bovengenoemde evaluatie-studies zijn vanaf december 2001 uitgevoerd, en gezamenlijk het OPZI-onderzoek genoemd. Gedurende het OPZI-onderzoek is door het OnderzoeksPlatform Pre-en Postnatale Screening, waarin vertegenwoordigers van de verloskundige beroepsgroepen, de kindergeneeskunde en vanuit de laboratoria zitting hadden, een klankbordfunctie vervuld. Op 25 november 2005 zijn op een wetenschappelijke bijeenkomst de resultaten van het OPZI-onderzoek aan het klankbord en de beroepsgroepen getoond.

De kernvragen van OPZI die in het rapport besproken worden zijn: zijn deze preventie-activiteiten effectief, en zijn ze daarnaast doelmatig? Tevens: is het huidige programma optimaal of is verbetering denkbaar? Bij het beantwoorden van deze vragen hebben de evaluatiecriteria van Wilson en Jüngner de leidraad gevormd.

Het OPZI-team (op alfabetische volgorde):
Dr. Erwin Birnie (AMC, Amsterdam, Public Health Epidemiology)
Prof. Dr. Gouke J. Bonsel (Public Health Epidemiology, projectleider)
Dr. Masja de Haas (Sanquin Research, projectleider)
Drs. Joke M. Koelewijn (Sanquin Research)
Dr. C. Ellen van der Schoot (Sanquin Research)
Dr. Tanja G.M. Vrijkotte (AMC, Public Health Epidemiology)

Andere (tijdelijke) medewerkers binnen OPZI:
AMC, Public Health Epidemiology: Dhr. Kamil Bilgin, Mevr. Marjet Braamskamp, Mevr. Hester van der Kroon, Drs. Evelien Schuurman
Sanquin Research: Mevr. Linda Meulemans, Mevr. Ilona van der Poll-Lapré, Mevr. Sarah Saraiva-Duivenvoorden, Drs. Rina Siemons, Mevr. Renske Smit Mevr. Anouk van Stam, Mevr. Linda Veenstra, Mevr. Mariska Vonk, Mevr. Femke Winia

In het Leids Universitair Medisch Centrum, Leiden, hebben meegewerkt:
Prof.dr. Humphrey H.H. Kanhai, Dr. Robert J. Meerman, Dr. Dick Oepkes, Mevr. Jenny Verdoes.

In het Bijzonder Instituut voor Bloedgroepen Onderzoek, Groningen, heeft meegewerkt:
Drs Corinne Hazenberg

De volgende personen en instellingen hebben meegewerkt aan de OPZI-studie:
- zwangere vrouwen/moeders
- verloskundige zorgverleners:
- verloskundigen
- huisartsen
- gynaecologen
- kinderartsen
- alle medewerkers van Sanquin Diagnostiek (hoofd Drs. Marijke Overbeeke)
- alle medewerkers van het BIBO in Groningen (hoofd Drs. Corine Hazenberg)
- ziekenhuislaboratoria, streeklaboratoria en huisartsenlaboratoria
- provinciale entadministraties
- De leden van het onderzoeksplatform pre- en postnatale screening (OPPS):
- Prof. Dr. Otto Bleker, gynaecoloog
- Drs. Sander Flikweert, huisarts
- Dr. Martijn Heringa, gynaecoloog
- Prof. Dr. Humphrey H. H. Kanhai, gynaecoloog LUMC
- Dr. Noor van Leeuwen, kinderarts
- Dr. Anja Leyte, klinisch chemicus
- Dr. Jan van Lith, gynaecoloog
- Dr. Gerard Loeber (RIVM)
- Dr. Dick Oepkes, gynaecoloog LUMC
- Drs. J.H. Oldenziel, huisarts
- Dr. Marjolein Peters, kinderarts
- Dr. Kitty van der Ploeg (TNO-PG)
- Dr. Hans Soons, klinisch chemicus
- Drs. Adja Waelput, verloskundige
- Dr. Maurice Wouters, gynaecoloog
- dhr. Stefan Zum Vörde, verloskundige

Het onderzoek werd gefinancierd door CVZ, en uitgevoerd in samenwerking met het Academisch Medisch Centrum (AMC)







Laatste wijziging: 12 September 2007 11:48
« terug